
Enkele aanwijzingen:
Wees consequent! Iets mag altijd of nooit.
Onthoud dat een hond
altijd leert. Geef hem bij het aanleren van een oefening niet de kans om in de fout
te gaan. Doe je dit wel dan zal je hond denken dat hij het goed heeft gedaan. Zo
leer je hem zelf fout gedrag aan. Je zal er later veel moeite mee hebben om dit fout
gedrag er weer uit te trainen. De hond zal er onzeker van worden en niet meer weten
wat er eigenlijk van hem gevraagd wordt.
Gebruik bij het opvoeden van je hond korte
commando’s. Lange zinnen zijn voor de hond onbegrijpelijk.Leer nieuwe oefeningen
altijd aan in een rustige omgeving zonder veel afleiding.
Oefen niet als je eigenlijk
geen tijd hebt, je te gejaagd voelt etc.
Pas wanneer je hond de oefening beheerst
kan deze verzwaard worden door op een plaats te gaan trainen met meer afleiding.
Oefen regelmatig en niet te lang.
Corrigeer zoals je dat in de lessen geleerd hebt.
Sla of schop je hond nooit.
Wanneer het een keer niet zo goed gaat doe dan een stap
terug. Doe dan wat eenvoudigere oefeningen die wel haalbaar zijn op dat moment. Zo
bereik je dat de hond uiteindelijk toch doet wat jij van hem verlangt en kom jij
als “baas” uit de bus.Heeft de hond een opdracht goed uitgevoerd dan stop je en blijft
de oefening niet eindeloos herhalen.
Probeer tijdens het oefenen rustig en geduldig
te blijven.
Beloon altijd op het einde van het trainen ook al ging de training niet
zo soepel.
Is je hond zeer actief ? Laat je hond dan eerst goed uit voor je met hem
gaat trainen of naar de les komt.
Vergelijk de prestaties van jou en je eigen hond
niet met die van medecursisten. Ieder mens en ook iedere hond is anders en leert
anders.
Sluit een training altijd af met spel zodat je hond er een leuke herinneringen
aan overhoudt.
Zorg ervoor dat, naast het dagelijks trainen, je hond zich ook kan
ontspannen en uitleven door samen met hem te wandelen en te spelen. Zo voorkom je
onnodige spanningen bij je hond die zich eventueel kan gaan uiten in agressie en
nervositeit.
Het geven van een commando.
Mag maximum twee lettergrepen bevatten.
Moet
zich op gebied van klankvorming duidelijk van een ander bevel onderscheiden.
Mag niet
eindeloos herhaald worden. Maximum één herhaling met stemverheffing.
Moet kort zijn
en met duidelijke stem gegeven worden.
Mag niet te ingewikkeld of tegenstrijdig zijn.
Moet
om de aandacht van de hond te verkrijgen, door de naam van de hond vooraf te zeggen.
Volg:
De hond moet bij het gaan of lopen aan je zijde blijven en alle bewegingen en richtingsveranderingen
op de voet volgen.
Zit: Naast je linkerbeen.
Af: Liggen naast je, ook "liggen".
Staan:
De hond moet naast je netjes blijven staan.
Blijf: De hond moet in zit of af houding
blijven op de plek die jij hebt aangewezen.
Hier: Zonder aarzelen bij de geleider
komen, ook "kom".
Voet: Zitten aan de linkerzijde van de geleider.
Los: Loslaten van
een voorwerp.
Neen: Zelfde gebruik als "foei". Kan eventueel als eerste waarschuwing
dienen.
Opvoeding
De hond is van naturen een roedeldier. Wanneer de hond in een gezin
terechtkomt gaat hij de huisgenoten als roedel zien. Hij heeft de behoefte aan een
duidelijke baas, een leider. Vooral de derde en vierde maand is de periode waarin
de hond zijn rangorde in het roedel gaat bepalen. Wanneer er niemand in het gezin
een duidelijke baas voor de hond is, zal de hond proberen zelf die rol op zich te
nemen. Leer hem dus spelenderwijs maar consequent van jongs af aan de regels waar
hij zich aan heeft te houden, duidelijke verhoudingen in deze relatie zorgen ervoor
dat U én de hond een fijne toekomst tegemoet gaan.
Honden in onze samenleving
Niet
mag trekken aan de lijn.
Niet plast of poept op een plek waar men dat niet wil hebben.
Zich
sociaal hoort te gedragen als hij andere honden tegenkomt.
Bevelen opvolgt als het
volgen, zit, af, hier en het blijf.
Dat een hond niet onnodig blaft.
Niet tegen mensen
opspringt.
Rustig in de auto is.
Zich aan regels in huis weet te houden.
Als je hond
bovenstaande oefeningen beheerst heb je een heel fijne hond. Deze hond kun je overal
mee naar toe nemen. Lekker ontspannen wandelen, naar de markt en de stad, ergens
gezellig een terrasje pakken. De hond hoeft gelukkig niet steeds alleen thuis te
blijven en mag fijn mee.
De hond is van naturen een roedeldier. Wanneer de hond in
een gezin terechtkomt gaat hij de huisgenoten als roedel zien. Hij heeft de behoefte
aan een duidelijke baas, een leider. Vooral de derde en vierde maand is de periode
waarin de hond zijn rangorde in het roedel gaat bepalen. Wanneer er niemand in het
gezin een duidelijke baas voor de hond is zal de hond proberen zelf die rol op zich
te nemen. Leer hem dus spelenderwijs maar consequent van jongs af aan de regels waar
hij zich aan heeft te houden, duidelijke verhoudingen in deze relatie zorgen ervoor
dat U én de hond een fijne toekomst tegemoet gaat.
